Klad

Ik had klad.

Heel veel klad.

Overal zat de klad in: in mijn werk voor In & Op Je Lijf, in mijn creativiteit, in mijn blog, in mijn energie en in mijn voedingspatroon. Zelfs in mijn baanloos-zijn zat de klad. Zó erg zelfs dat ik gewoon weer op zoek ben gegaan naar een nieuwe baan, die ik gelukkig ook weer vond.
En nu ik dus mezelf weer in beweging heb gebracht, verdwijnt ook langzaam de klad uit mijn leven. Nog niet op alle gebieden, hoor, ik heb namelijk chronische klad in het huishouden, bijvoorbeeld (maar dat is een heel ander blog).

Maar ik ervaar, met het verdwijnen van klad, dat ik behoefte heb aan reflectie op die klad. Want ik vind het dodelijk vermoeiend en het is soms haast niet te stoppen. Ken je dat?
Laat ik bijvoorbeeld eens stilstaan bij de klad in mijn voeding. Nou, die was er niet zo maar eventjes hoor, die kwam al afgelopen zomer. Toen we zo lekker in Frankrijk op vakantie waren, met ál die heerlijke gebakjes, en vers knapperig, warm brood uit zo’n authentiek bakkerijtje… Ik mag dan gluten-intolerant zijn, maar dat laat ik niet zomaar aan me voorbijgaan! En natúúrlijk vond mijn hoofd al snel dat het de volgende dag ook niet zoveel uitmaakte, en de dag daarna gingen we uit eten… Enfin, je snapt het, na 2 weken Frankrijk was ik in de greep van De Klad. En er was steeds wel een héle goede reden om me daar vooral niet teveel tegen te verzetten. Hannah, onze middelste dochter, was bijvoorbeeld in oktober jarig. En toen in november had ik een paar etentjes met vriendinnen die ik al een tijd niet had gezien. Toen werd het al snel Sinterklaas, en wat ik kocht onder het mom van “dat vinden de meiden zo lekker” verdween niet zelden ’s avonds, op de bank, in míjn mond. Toen was er natuurlijk helemaal geen redden meer aan, want daarna volgde Kerst (hè, zo gezellig, lekker eten met elkaar) en Oud & Nieuw (ik bak gewoon weer zelf oliebollen!)…. Tot overmaat van ramp was de weegschaal kapot gevallen en ik vond het nogal zonde om daar weer geld aan uit te geven (ik had een no-spend-periode) dus ik hield het er maar op dat het “volgens mij allemaal best wel meeviel”. Dat was natuurlijk niet helemaal waar, maar ik vind het dan echt weer lastig om terug te pakken op eetgewoontes waar ik me veel beter bij voel. Want dat kost moeite. Dat koop ik niet kant-en-klaar in de supermarkt, dat moet ik zelf wassen, snijden, voorbereiden, klaarmaken enzovoorts. En met 3 kleine meiden vond ik dat echt Heel Veel Moeite.

Maar toen kwam de nieuwe baan. Dat soort veranderingen maakt altijd een bepaald enthousiasme in me los om het weer helemaal op de rit te trekken, dus ik ging voortvarend aan de slag met mijn nieuwe-maar-toch-oude manier van eten: zelf ’s ochtends schoonmaken en klaarmaken en meenemen naar het werk zodat ik daar niet iets anders ga kopen (en ik werk in een ziekenhuis met 3 verschillende horeca-gelegenheden, dus ik heb echt keuze genoeg).
Als je dat direct in zo’n nieuwe of veranderde situatie doet, dan accepteren mensen gemakkelijk dat je zo eet, is mijn ervaring.

Ik hoef aan iedereen maar één keer uit te leggen waarom ik liever mijn worteltjes met dipsaus wegknaag bij de koffie, dan dat ik me laat verleiden tot zo’n heerlijke, nog een beetje warme (want net uit de oven), knapperige appelflap.

“Ik ben intolerant voor gluten, lactose en geraffineerde suiker en zo’n heerlijke appelflap levert me waarschijnlijk een paar uur buikpijn op” snapt namelijk iedereen. Vaak levert me dat een meewarige blik op, die ik dan op mijn beurt weer ontkracht door te benadrukken dat ik dat echt niet erg vind en dat ik er zelf inmiddels heel erg aan gewend ben. En als we dat hele ritueel achter de rug hebben, dan is het voor niemand meer vreemd dat ik in een overleg mijn bento opentrek en daar allerlei lekkere dingen uit tevoorschijn tover.

Wat ik nu wel in mijn eetpatroon veranderd heb, is dat ik probeer minder koolhydraten te eten. Ik vond het echt een vreselijke rage, dat stoppen met koolhydraten. Maar ik moet eerlijk bekennen, na een paar weken – een paar heldere weken gedurende de Klad – Keto gegeten te hebben (waarbij je in een vaste verhouding koolhydraten – eiwitten – vetten eet), merkte ik wel dat ik echt minder honger heb als ik geen zetmeel eet. En dan bedoel ik substantieel minder. Als in, als ik ’s ochtends wakker word, dan crave ik niet direct een boterham maar kan het soms wel tot 10:00 duren voordat ik iets lust. Ik luister dan dus ook maar naar mijn lichaam, en ga er niet iets in proppen als het daar niet om vraagt. Dat is moeilijk, trouwens, maar een stuk minder moeilijk dan wanneer je hoofd steeds roept dat het écht heel hard suiker nodig heeft ;-)

Ter inspiratie (wie weet doe je een idee op): zo ziet een dag er foodwise ongeveer uit:

Ontbijt
Liefst een groene smoothie, maar kan ook een banaan on-the-go zijn, of een eiwitshake. Die laatste is niet per sé heel verantwoord, maar doet het wel voor mij.

Koffietijd
Meestal heb ik rond een uurtje of 10:00 wel weer trek (ik ontbijt rond 7:00 uur) en dan eet ik meestal wortel/paprika/komkommer met een homemade dipsausje (mijn twee favorieten vind je op mijn website).

Lunch
Ik heb een soep-fase! Eens in de week maak ik een grote pan soep (want laten we eerlijk zijn, dat is écht geen moeite en is wél heel heerlijk en vullend) en dan neem ik een warme portie mee in een kleine thermos. Hoef ik het niet meer op te warmen, en ik kan eten waar & wanneer ik maar wil. Vaak eet ik dan ook nog iets van salade of wat stukjes kaas/worst/vis.

Middagdip
Zo ergens tussen 15:00 en 16:00 snoep ik meestal mijn laatste beetjes op die ik nog had van eerdere momenten (want eigenlijk neem ik altijd te veel mee). En anders heb ik in het onderste bakje van mijn bento altijd nog wat rauwe noten (I LOVE pecan!) en gedroogd fruit. In combi, uiteraard.

Diner
Dat is met 3 kids en een man die “gewoon” eet niet altijd handig of gemakkelijk, maar heel veel recepten die we graag maken laten zich toch wel makkelijk aanpassen naar koolhydraatarm. Ik schrijf er binnenkort een aparte blog over.

’s Avonds
Ik wil eigenlijk heel graag zo iemand zijn die “na acht uur” niets meer eet. Maar dat is me nog niet gelukt. Ik knabbel heel graag nog op een stukje (of twee, of soms 3 of 4, maar dat is (in my defense) alleen maar als ik gedachteloos zit te eten voor de tv) hele pure chocolade van 92% cacao met kokosbloesemsuiker.

En heel af en toe, als ik ’s avonds laat nog een blog aan het schrijven ben over wat ik allemaal wel en niet eet, duik ik toch nog even de koelkast in voor een blokje kaas, een plakje worst en een stukje wortel.
Want ach, het moet wel leuk blijven natuurlijk ;-)