MEAT!!!

Ons gezin bestaat uit vleeseters.
Ik ben zelf een liefhebber van een lekker stukje (bij voorkeur biologisch) vlees, mijn man is dat nog meer dan ik, en onze kinderen (althans, de 2 die al met de pot mee-eten) eten eerst het vlees van hun bordje voor ze aan de rest beginnen.
Dit is voor mij geen nieuws. Nou geloof ik zeker dat den mensch helemaal niet iedere dag een stuk vlees hoeft te eten, dus ik probeer onze vleesconsumptie een beetje te beperken. Dat doe ik door in het weekmenu iedere week in ieder geval 1 dag vis in te plannen, en liefst 2 dagen vegetarisch. Doorgaans lukt dat vrij aardig. Sterker nog, blijkbaar lukt dat té aardig de laatste tijd. Althans, als je het mijn oudste dochter vraagt.

Situatieschets: De kinderen zijn naar het kinderdagverblijf (Emelie en Hannah) en de BSO (Rebecca) geweest. Aan het einde van de dag is de koek dan natuurlijk ver op. Carlo en ik halen de kinderen samen op, dat vinden ze gezellig. Maar dan zijn we wel wat later met eten; er moet immers nog gekookt worden nadat we thuis komen.
Ik sta dus een heerlijk vegetarisch maaltje in elkaar te draaien (één van onze favorieten; je vindt het recept hier), als zich -ongeveer- de volgende conversatie ontrolt:

Rebecca (vanaf de bank, extra luid omdat ik de afzuigkap aan heb staan): Mama, wat eten we vanavond?
Ik (ook luid, omdat Masha en de Beer zo’n herrie maken op TV): Pasta met bloemkool en zongedroogde tomaatjes!
R: Zit daar vlees bij?
Ik: Nee, dat is zonder vlees.
R: Ik wil vlees!
Ik: Dat eten we morgen weer, schatje.
R: Ik wil vlééhéés!
Ik (intussen steek ik mijn hoofd de kamer in om hopelijk meer indruk te maken): We eten niet iedere dag vlees. Vandaag eten we iets zonder vlees, een andere keer weer iets mét. Bovendien héb ik geen vlees (klassieke fout. Houd het bij dat ene argument: het is zoals het is).
R: Maar ik wil vléés! Je hebt het wel… in de vriezer! (Zie je? Klassieke fout :-))
Ik: Maar dat is bevroren, schatje, dat kan ik nu niet meer ontdooien. Bovendien eten we vandaag geen vlees.
R: Maar je kunt dat best ontdooien, dan haal je het gewoon uit de vriezer!

Hierna volgde -natuurlijk- een tranendal, want ze was al zo moe en dan kreeg ze ook nog eens iets te eten wat ze niet wilde. Uiteindelijk sloten we het compromis dat we die dag vegetarisch zouden eten, en de dag erna zouden we vlees eten. Rebecca mocht mij helpen met uitkiezen wat we dan zouden eten, want ik wilde natuurlijk niet nog een dag het schip in gaan.

Wie schetst mijn verbazing over haar keuze… Onze kleine carnivoor wilde graag een klassiek AGV’tje, zoals Carlo dat noemt; aardappels-groenten-vlees! Dat hadden we inderdaad al een tijdje niet gegeten, maar ik mis dat niet zo snel. Rebecca blijkbaar wel.
Dus gooide ik de rest van het weekmenu maar even om, spurtte de volgende dag naar de winkel om inkopen te doen voor het diner-naar-keuze: erwtjes met worteltjes, gebakken aardappeltjes en kippenpootjes. Want er moest wel een botje in zitten waar ze van kon ‘knabbelen’.

Tja, vlees is natuurlijk pas écht vlees als het aan een botje zit.

 

Hoe doe jij dat? Wie bepaalt wat er gegeten wordt? En houd je rekening met de balans tussen vlees-, vis- en vegetarische maaltijden? Ik ben benieuwd naar je reactie!

Compensatiedrift

Gisteren ging ik met al mijn meisjes ‘even’ naar de grote Blauw-Gele winkel, zoals wij die thuis noemen. Als we de naam Ikea laten vallen, begint Rebecca namelijk gelijk te gillen dat ze dan daar wil eten! En dan wil ze een kindermenuutje! En dan krijgt ze een ijsje! En dat mag ze dan zelf tappen!!!
Dus zo lang ik niet 100% zeker weet of we gaan (en bij mij kan het nog 5 minuten voor vertrek veranderen, eerlijk gezegd), proberen we de naam te vermijden. Maar dit keer ging het er dan echt van komen, ik wilde namelijk even gaan kijken voor een nieuwe eetkamertafel. Vooronderzoek is natuurlijk heel belangrijk, want manlief heeft niet zo’n zin om een heleboel meubelzaken af te lopen. Dus ik ging op onderzoek uit met de meisjes. Ik wilde ook gelijk even kijken voor koekjesvormpjes, aangezien uit onze Pot met Plannen de avond ervoor het briefje ‘Koekjes bakken’ werd gevist. Er moesten dus koekjes worden gebakken, en daar wilde ik graag nieuwe stekertjes voor hebben. Bovendien werkt het natuurlijk altijd goed om weer iets anders leuks in het vooruitzicht te stellen, daar krijg je happy kids van.

Maar als softe moeke kon ik het natuurlijk niet over mijn hart verkrijgen om dan níet daar te lunchen. Vooral aangezien het goed 11 uur was eer we gingen rijden, en we dus rond lunchtijd klaar zouden zijn met de tafel-en-koekjesvormpjes-queeste. Zodoende schoven wij rond kwart voor twaalf aan in een lánge rij (want blijkbaar is kwart voor twaalf een prima tijd om te lunchen) om uiteindelijk twee kindermenuutjes en een klein menuutje met Zweedse balletjes te kunnen bestellen. Want ja, in alle eerlijkheid, áls we er dan zijn, dan vind ik dat zelf ook wel een keertje lekker.

Het eten verliep in pais en vree, Rebecca en Hannah vermaakten de oudere medeburgers die naast ons zaten en ik probeerde onderwijl te eten en Emelie in slaap gewiegd te houden (in de draagdoek) tegelijkertijd. Alles werd door mijn meiden met veel smaak verorberd: het stokje saté (want tegenwoordig mag je bij een kindermenuutje kiezen uit drie dingen), de satésaus (“mama, ik wilde ‘m er eigenlijk náást!!”), de bult frietjes, de mayo, de ketchup, het pakje Lingonberry-ranja, de appelmoes-in-een-bakje… en uiteindelijk gingen de minneola’s in de tas mee naar huis. Voldaan en met een lichte sugar-rush keerden we huiswaarts.

En toen na het dutje van Hannah het middagprogramma zou gaan beginnen, zat ik inmiddels al weer vol in mijn ‘gezonde modus’ en vond ik eigenlijk dat we wel weer helemaal verantwoorde koekjes moesten maken. Dus geen glazuur, ook al is versieren met glazuur natuurlijk wel de helft van de pret van koekjes bakken. Ik heb namelijk nog geen vervanger van glazuur gevonden die én hard wordt én de koekjes niet soppig maakt én zonder geraffineerde suiker is…
In mijn zoektocht naar een geschikt recept voor rotzooi-vrij koekjesdeeg vond ik dit en dat was heel geslaagd! Rolt goed uit, is goed uit te steken – want blijft in vorm, wordt erg lekker en is snel te maken. De meiden staken er twee platen koekjes uit met de nieuwe Zweedse stekers (waarvan de egel en de eekhoorn favoriet waren) en we besmeerden ze met gesmolten 75% chocolade van Vivani, die met kokosbloesemsuiker. Lekker lekker!

Maar zoals me dat wel vaker gebeurt, was daarmee de drang tot compenseren nog niet bevredigd. Ik vind het heerlijk om af en toe te genieten van iets wat niet op ons normale menu staat, maar dan vind ik het ook wel erg prettig om de uren/dagen/weken daarna een ‘beetje’ extra te letten op wat er in gaat, vooral bij de kinderen (en dus ook bij mij, want Emelie krijgt nog borstvoeding). En met ‘beetje’ bedoel ik dan eigenlijk dat ik doorgaans weer doorsla naar de verantwoorde kant…
Dus ook het avondeten moest weer rotzooivrij worden. Daarom maakten we de nasi met zelf gemengde nasi-kruidenmix, want van zo’n zakje nasikruiden word ik echt niet blij (wel van het gemak, niet van de ingrediënten). En de pindasaus maakte manlief ook even zelf – “nee schatje, ik wéét wel dat we nog zo’n bakje hebben staan, maar het is écht zo gemaakt”. Het was een heerlijke, verantwoorde, makkelijke maaltijd, al kan dat laatste ook te maken hebben gehad met het feit dat manlief ‘m grotendeels in elkaar draaide ;-) Het recept van de verantwoorde nasi (en dus ook de kruidenmix) vind je hier. Na de lactosevrije, geraffineerde suiker-vrije pudding die we nog over hadden van de dag ervoor, moest er natuurlijk nog wél even een koekje worden gesnoept- “die heb ík uitgestoken, papa!”.
Dat vond ik dan weer niet heel nodig, een dubbel toetje.

Maar wel heel lekker.